Brochure aanvragen
Door verder te gaan op deze site stemt u in met het gebruik van cookies van ons en derde partijen om informatie te verzamelen over uw surfgedrag, om zo de inhoud van de website en advertenties af te stemmen op uw voorkeuren. Voor meer informatie klikt u hier.

Begrippenlijst


Financiële Begrippen


Aandelen

Met aandelen koopt u een deelneming in een bedrijf. U kunt hierdoor profiteren als het goed gaat met het bedrijf en de koers van het aandeel stijgt. Ook krijgt u vaak dividend uitgekeerd, een stukje van de winst.

Angel

Een investeerder die het risico neemt om een startend bedrijf te financieren. Een Angel staat ook bekend als een obligatie met een hoge waardering.

AOW

De AOW (Algemene Ouderdomswet) is een basispensioen van de overheid. Iedereen die de AOW-leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont of heeft gewoond, heeft hier recht op. U ontvangt het AOW-pensioen van de SVB vanaf de dag dat u de AOW-leeftijd heeft. Het maakt niet uit in welk land u dan woont.

B.V.

Afkorting voor besloten vennootschap. Dit is een ondernemingsvorm met rechtspersoonlijkheid en een in aandelen verdeeld maatschappelijk kapitaal die niet vrij te verhandelen zijn.

Baby bond

Een obligatie met lagere nominale waarde dan gebruikelijk. Aantrekkelijk voor kleine investeerders. Het is vaak een converteerbare obligatie met een relatief lage waarde.

Beleggen

Beleggen is een vorm van geld investeren, voor een lange of korte tijd, met als doel om er in de toekomst financieel voordeel te behalen. U geeft zekere bedragen uit om een toekomstig onzeker bedrag te ontvangen. Hoeveel voordeel u kunt behalen is afhankelijk van de markt. Als u belegt loopt u risico. Het is niet verstandig om geld te beleggen dat u niet kunt missen.

Beleggingsfonds

Instellingen voor Collectieve Belegging (ICB), hierna (beleggings)fonds genoemd. Beleggingsfondsen werken volgens het principe ‘veel kleintjes maken een grote’. Het fonds verzamelt spaargelden van individuele beleggers en belegt die gemeenschappelijk volgens een bepaalde beleggingspolitiek.

Coupon

De coupon is de rente als percentage van de nominale waarde van een obligatie. Het tweede deel van de obligatie, het blad, is een verzameling van bonnetjes, de coupons.

Crowdfunding

Crowdfunding (ook wel publieksfinanciering) is een alternatieve wijze om een project te financieren. Om een project te financieren gaan ondernemers in de meeste gevallen naar de bank om een kredietaanvraag te doen en zo startkapitaal te verkrijgen. Crowdfunding verloopt echter zonder intermediairs voor direct contact tussen investeerders en ondernemers. Crowdfunding gaat in principe als volgt: een groep of persoon, dat kan zowel een ondernemer als particulier zijn, wil een project starten, maar heeft onvoldoende startkapitaal. Om dit kapitaal te verwerven biedt hij of zij het project aan op een platform op het internet en vermeldt het benodigde bedrag erbij. Op deze manier kan iedereen investeren in het project. Het idee erachter is dat veel particulieren een klein bedrag investeren en dat deze kleine investeringen bij elkaar het project volledig financieren. Dit in tegenstelling tot bankkredieten en grootinvesteerders, waarbij er sprake is van slechts één of enkele investeerders die een groot bedrag inbrengen. Deze kleine investeerders noemt men the crowd het Engelse woord voor de mensenmassa. Op sommige crowdfunding-websites gaat het geïnvesteerde geld niet direct naar het project, de ondernemer ontvangt het geld pas als (ten minste) 100% van het bedrag binnen is. Indien deze 100% niet wordt behaald krijgen de investeerders hun geld terug of worden toegezegde investeringen niet geïncasseerd.

Dividend

Winstuitkering waarop bezitters van aandelen recht hebben. Na uitkering van het dividend valt de koers van het aandeel meestal wat terug.

ECB

Afkorting voor Europese Centrale Bank, gevestigd te Frankfurt. Deze bank bepaalt het beleid ten aanzien van de euro. De ECB heeft als hoofdtaak het handhaven van de koopkracht van de euro en daarmee de prijsstabiliteit in de eurolanden.

Effecten

De verzamelnaam van aandelen en obligaties. De koersvorming van beursgenoteerde effecten vindt dagelijks plaats door vraag en aanbod.

Euribor

Euribor is de afkorting van Euro Inter Bank Offered Rate. Het is het rentetarief op bedragen in euro’s dat commerciële banken in euroland elkaar in rekening brengen.

Financiële instelling

Verzamelnaam voor bedrijven die als hoofdactiviteit het opereren op de financiële markten hebben. Het gaat om banken, verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen, commissionairs en dergelijke.

Groenregeling

Fiscale vrijstelling waarvan in Nederland wonende particulieren gebruik kunnen maken als zij investeren in fondsen die minimaal 70% van hun vermogen beleggen in door de overheid goedgekeurde, milieuvriendelijke bedrijven en projecten.

Kadaster

Het kadaster is een van overheidswege bijgehouden openbaar register van registergoederen waaronder onroerende zaken, en de daarop gevestigde rechten. Tevens wordt de term gebruikt om de dienst aan te duiden die met het beheer van een dergelijk register is belast. Het kadaster is dan ook de informatiebron voor degenen die gegevens van bepaalde percelen willen weten.

Nominale rente

De feitelijke marktrente, die wordt gevormd door de reële rente en het verdisconteerde inflatiepercentage. De nominale rente is de rente per periode dat die betaald wordt bij een lening of de rente wordt uitgekeerd bij sparen.

Obligatie

Verhandelbaar schuldbewijs dat deel uitmaakt van een lening van bijvoorbeeld de staat of een vennootschap.

Obligatiefonds

Beleggingsinstelling die het geld van deelnemers in obligaties belegt. Obligaties kennen vaak een vast rendement op einddatum.

Onroerend goed

Vastgoed, ook onroerend goed of onroerende zaak genoemd, omvat de grond en de gebouwen (opstal) op deze grond. De term vastgoed of onroerend goed verwijst naar het niet-verplaatsbare karakter van deze goederen. De term ‘goed’ of ‘zaak’ verwijst naar het materiële karakter. Vastgoed betreft dus niet-verplaatsbare materiële zaken. Met ingang van 1 januari 1992 is het begrip goed in het Nederlandse Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) gewijzigd in zaak, waardoor sindsdien gesproken moet worden van onroerende zaken in plaats van onroerende goederen. In Nederland heeft het begrip “vastgoed”, anders dan het begrip “onroerende zaak”, geen juridische betekenis. De zakelijke rechten die op een onroerende zaak zijn gevestigd (zoals eigendomsrecht, recht van opstal, appartementsrechten, recht van vruchtgebruik en recht van erfpacht) worden overgedragen en gevestigd via een notariële akte, welke akte wordt ingeschreven in het kadaster. Volgens vaste jurisprudentie is de verbondenheid geen vereiste meer om een zaak als onroerende te betitelen. Een woonboot of stacaravan die gedurende langere tijd op dezelfde plek verblijft is daarmee onroerend. Door natrekking worden alle zaken die met de grond duurzaam verenigd zijn eigendom van de eigenaar van de grond tenzij daarvoor een opstalrecht is gevestigd. Over onroerende zaken wordt door Nederlandse gemeenten onroerendezaakbelasting (OZB) geheven.

Onroerendezaakbelasting

Onroerendezaakbelasting (ozb) is in Nederland een belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Alle gemeenten in Nederland heffen de ozb. Deze belasting beslaat zo’n 8% van de totale gemeentelijke inkomsten per jaar. Elke gemeente mag de ozb-tarieven zo hoog maken als zij wil, maar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft met de Rijksoverheid afspraken gemaakt over de maximale stijging van de landelijke ozb-opbrengst De ozb bestaat uit een belasting voor de eigenaar en een belasting voor de gebruiker van een opstal, waarbij verschil gemaakt wordt tussen woningen en niet-woningen. Sinds 2006 is de belasting voor de gebruikers van woningen komen te vervallen. Voor niet-woningen, zoals bedrijfspanden, geldt de gebruikersbelasting nog wel. Belastingplichtig voor de eigenarenbelasting is de genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Dat is degene die bij het kadaster staat ingeschreven met het meest verstrekkende genotsrecht. Voor de gebruikersbelasting is belastingplichtig degene die de onroerende zaak gebruikt (bijvoorbeeld een huurder), al dan niet krachtens persoonlijk recht.

Participatie

Belang in de vorm van een deelnemersbewijs. Participatie betekent actieve deelname. Het kan bijvoorbeeld het bezit zijn van een deel van het kapitaal in een vennootschap.

Pensioen

Verzamelnaam voor periodieke uitkeringen die het vroegere salaris vervangen ingeval van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid.
Pensioenbeleggen(leeftijdsafhankelijk)
Individualisering van het pensioenstelsel maakt het mogelijk om leeftijdsafhankelijk te beleggen. Er is geen enkele optimale leeftijdsafhankelijke beleggingsmix. Een analyse laat zien dat de vormgeving van het beleggingsbeleid afhangt van individuele risicovoorkeuren en subjectieve inschattingen t.a.v. rendementsverwachtingen en toekomstige inflatie.

Recht van hypotheek

Dit is een zekerheidsrecht op een registergoed. Hypotheekrecht is een zekerheidsrecht dat vaak wordt gebruikt in verband met hypothecaire financiering van een registergoed zoals woning of een bedrijfsruimte. Om er zeker van te zijn dat de koper (de schuldenaar) de lening van de schuldeiser daadwerkelijk terugbetaalt, vestigt de schuldeiser een hypotheekrecht op het betreffende registergoed. Als de schuldenaar vervolgens niet in staat blijkt om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen, dan kan de schuldeiser zich verhalen op het verhypothekeerde object. In de praktijk blijkt er nog wel eens onduidelijkheid te bestaan over de terminologie. Anders dan veel mensen denken, is het de schuldenaar die de hypotheek verstrekt en om die reden wordt aangeduid als hypotheekgever. De schuldenaar ‘ontvangt’ als schuldeiser het hypotheekrecht en wordt de hypotheekhouder genoemd.

Recht van pand

Het recht van pand is een zakelijk zekerheidsrecht waarmee een roerende zaak of een vordering (het onderpand) bezwaard kan worden. Het pandrecht wordt gevestigd om bij voorrang een geldsom te krijgen voor geleverde diensten of goederen in met name faillissementssituaties. De inpandgeving van een onroerend goed valt in Nederland onder het hypotheekrecht.

Risicoprofiel

Het bepalen van het risico waaraan een bedrijf of organisatie is blootgesteld. Voor het opstellen van dit profiel wordt bepaald hoe waarschijnlijk het is dat de risico’s optreden en welk effect deze risico’s dan hebben.

Secureren

Een krediet veiligstellen door zekerheden van de schuldenaar te vragen, zoals een onderpand of een hypotheek.

Sparen

Als u geld niet gebruikt maar als doel hebt om dit later te gebruiken dan wordt dit sparen genoemd. U legt een deel van uw inkomen opzij zodat u een bedrag opbouwt wat u spaart. U creëert op deze manier een financieel buffer die u kunt gebruiken wanneer het u goed uitkomt.

Vermogensstructuur

De vermogensstructuur is de wijze waarop een onderneming is gefinancierd door investeerders. De meest basale kwestie bij het aantrekken van vermogen is de keuze tussen eigen vermogen (aandelen) of vreemd vermogen (obligaties).

Welvaart

De mate waarin de schaarste is opgeheven, of de mate waarin in de behoeften is voorzien door het gebruik van schaarse alternatief aanwendbare middelen.

Zekerheidsrechten

Zekerheidsrechten dienen ter zekerheid van een geldvordering. Dit houdt in dat wanneer een geldvordering oninbaar is geworden door bijvoorbeeld faillissement, de houder van het zekerheidsrecht zich kan verhalen op de zaak waar het recht op rust. Pand en hypotheek zijn zekerheidsrechten die in de meeste rechtsstelsels te vinden zijn.

Zorgvastgoed

In publicaties over zorgvastgoed worden wisselende definities gebruikt voor zorgvastgoed. Uit die definities is een aantal bepalende factoren te herleiden:
1. Wordt het vastgoed gehuurd door een zorgorganisatie?
2. Is het vastgoed aangepast voor gebruik door zorgvragers en zorgverleners?
3. Wordt het vastgoed gebruikt door zorgvragers?